Sinds 2017 staat DAP Tim Barbé niet langer alleen bekend als zijnde Dieren-Arts-Praktijk TB.

Omdat er soms kostbare tijd verloren gaat met het verzenden van stalen naar het labo en het uiteindelijk binnen krijgen van de resultaten van analysen heb ik zelf de investering gemaakt om mijn labo-activiteiten grondig uit te breiden en richtte ik het Diagnostisch Aquatisch Praktijklabo op.

Binnen de activiteiten van dit labo gebeuren allerhande tests die te maken hebben met visdiagnostiek.

  • Wateranalyse : chemisch en bacteriologisch :

Fotometrische bepaling van parameters, analyse voor zware metalen, meten van bacteriële infectiedruk, gevoeligheidstesten voor het ontsmetten van water

  • Bacteriologisch onderzoek van weefsels en organen :

Isolatie van voornamelijk Aeromonas/Pseudomonas uit zweren, nier/milt, buikvocht. Sensiviteitstesten voor bepaling van werkzaamheid antibiotica

  • Bloedanalyse : hematologie, biochemie en cytologie.

Kleine of grote bepaling van bloedparameters met aaneensluitend cytologisch onderzoek van een bloeduitstrijkje voor interpretatie van een al dan niet ontstekingsbeeld

  • PCR : Virale/Bacteriële DNA analyse van weefsels en organen.

Screening voor KHV (Koi Herpes Virus) en CEV (Slaapziektevirus) zijn de 2 meest courante beschikbare tests maar een hele batterij aquacultuur analysen zijn mogelijk zoals SVCV, WSSV, Streptococcus,..

Wateranalyse

In het praktijklab staat een fotometer die nauwkeurig chemische parameters kan gaan opmeten, nauwkeuriger dan de toestellen die mee zijn op huisbezoek.

Het principe hiervan is dat er bij een afgemeten hoeveelheid water reagentia worden toe gevoegd en het toestel zal dan door middel van een lichtstraal de verstrooiing opmeten en omzetten in een numeriek getal.

Vijverwater bevat ook bacteriën. Hoe meer slechte hoe hoger de infectiedruk voor de vissen of maw. kans op infecties. Goede bacteriën zijn onmisbaar in een vijver, ze dragen bij aan het vormen van een biologisch evenwicht en zijn liefst van al zo divers mogelijk. Bij een bacteriologische wateranalyse worden enkele reeksen van verdunningen van vijverwater geënt op diverse voedingsbodems en worden de gevormde kolonies geteld : totaal kiemgetal, Aermonas spp., Coliformen, Vibrio’s en eventueel Columnaris spp.

Bacteriologisch onderzoek

Heel vaak zie ik vissen met zweren. Toevallig kan dat na een verwonding ontstaan maar meestal is het gewoon te wijten aan slechte hygiëne, hoge infectiedruk, verzwakte vissen, parasieten,.. Bacteriën gaan zich dan massaal vermeerderen op zwakke plekken zoals de vinnen, neus, rug en flank. Hierdoor neemt de infectiedruk nog toe en neigen andere vissen ook ziek te worden. Bacteriële infecties hebben een zeer besmettelijk karakter.

Zo gaat het onderzoek in zijn werk :

  1. Met een steriele swab wordt aan de rand van het letsel een staal genomen. Deze swab kan bewaard worden in transportmedium, dat is een speciaal steriel buisje dat net zo veel voeding bevat dat de bacteriën een tijdje kunnen overleven. Dit wordt koel bewaard.
  2. Zo spoedig mogelijk wordt de swab uitgestreken op een speciale voedingsbodem. Dit bevat voedingsstoffen om net deze bacteriën te laten groeien die je wenst te onderzoeken (voor zover ze aanwezig zijn in het staal uiteraard). Via een speciale techniek krijg je een verdunningseffect zodat de bacteriën vrij in losse kolonies komen te liggen en beoordeelbaar zijn naar vorm, geur, kleur, dikte,..
  3. Het duurt ongeveer 24 à 36u voordat de kolonies zichtbaar zijn. Pseudomonas spp. zijn tragere groeiers dan Aeromonas Hydrophila soorten. Aeromonas Salmonicida daarentegen groeien nog trager. De geënte voedingsbodems gaan daarvoor in een speciale broedstoof. Aangezien vissen koudbloedig zijn zullen die niet op 37°C geïncubeerd worden maar eerder rond de 28°C.
  4. De volgende stap is wanneer de bacteriën goed gegroeid zijn om ze over te gaan enten in een zogenaamde reincultuur (een zuivere cultuur). Tegelijk kunnen reeds een paar biochemische testen gebeuren om de soort bacterie te gaan bepalen.
  5. Als laatste worden de kiemen gelijkmatig uitgesmeerd over een speciale voedingsbodem die goed penetrerend is. Hier bovenop worden dan diverse antibioticatabletjes gelegd die zich verspreiden doorheen het medium. Waar de bacteriën niet groeien wil dat zeggen dat ze gevoelig zijn aan het medicijn, waar de bacteriën wel groeien is de diameter van de zone rondom het antibiotica tablet bepalend om te besluiten of het medicijn werkzaam is of niet.

Bloedanalyse

Een bloedanalyse bestaat uit meerdere stappen.

  1. Eerst is er de bloedafname, hiervoor moet de vis volledig verdoofd zijn. Er wordt geprikt in het bloedvat dat vlak onder de wervelkolom loopt.
  2. Vissen kunnen maar 0.5% van hun lichaamsgewicht aan bloed missen, anders bestaat de kans dat ze in shock gaan. Dat wil zeggen dat we pas bloed gaan prikken als de vis voldoende groot is en dat het volume bloed dat we afnemen slechts 0.5 tot 1 ml zal zijn.
  3. Vervolgens moet er eerst en vooral voor de vis gezorgd worden zodat de bloeding gestelpt wordt en dat de vis terug zuurstof kan gaan opnemen en vochtig blijft. Anderzijds moet het bloed zo snel mogelijk verwerkt worden.
  4. 1 druppel bloed wordt op een draagglaasje uitgestreken voor microscopisch onderzoek (cytologie)
  5. Een kleine hoeveelheid bloed wordt in een capillair buisje gezogen voor bepaling van de hematocriet (dat is de verhouding bloedcellen tov plasma). Dit gebeurt in het praktijklab.
  6. De rest van het bloed wordt bewaard in een heparine-buisje en meegenomen naar de praktijk of direct in de Vetscan gepipetteerd voor analyse.
  7. Vissenbloed is zeer fragiel en er moet voorzichtig mee omgesprongen worden. Als je dat niet doet gaan de cellen barsten (hemolyse) en krijg je verstoring van de resultaten

PCR

PCR staat voor Polymerase Chain Reaction. Eenvoudig uitgelegd is het een techniek waarbij specifieke stukjes of sequenties DNA van ziektekiemen vermeerderd worden naar een detecteerbaar niveau. Deze test is zo specifiek dat een positief resultaat een zeer hoge diagnostische waarde heeft. Zowel virussen als bacteriën als schimmels of parasieten kunnen getest worden zolang er voor datgene dat je wenst te testen, maar een test beschikbaar is. Voor de gemakkelijkheid hebben we het in de volgende paragrafen enkel over virussen.

Bij een negatief resultaat kan dat meerdere betekenissen hebben :

  1. Er is geen virus aanwezig in de vis als totaliteit en deze is virusvrij,
  2. In het staal was te weinig virus aanwezig en het resultaat is vals-negatief. Dit kan bij Herpesvirussen het geval zijn bij de zogenaamde “dragers”. Het virus zit dan verstopt in bijvoorbeeld zenuwknopen en is nauwelijks detecteerbaar. Soms kan bij een infectie ook een negatief resultaat bekomen worden wanneer het staal op een verkeerde plek genomen is. Bijvoorbeeld het verkeerde orgaan bemonsterd of als je toevallig geen ontstekingshaard met actief virus mee genomen hebt. Ik heb al geweten dat bij vissen met KHV de ene kieuwhelft negatief test en de andere positief.

De praktijk beschikt over een iiPCR toestel oftewel “isothermal insulated PCR”. Deze techniek laat het toe om op korte termijn een resultaat te verkrijgen. Binnen de 24u na staalname kan het resultaat  reeds bekend zijn.